Het is warm vandaag. Extreem warm. Zweet loopt in kleine straaltjes over mijn rug. De imposante intensive care unit voor zieke pasgeborenen is gevuld met couveuses, reanimatietafels, zuurstofmachines en ademhalingsapparaten. Een luid gepuf en gepiep van alle machines en een elektriciteitsnetwerk dat overuren draait, domineren de afdeling. Af en toe raakt het netwerk dusdanig overbelast, dat het wel eens stil en donker valt. Pruttelend komt vervolgens de generator op gang, en herstart het gepiep. Het weekend is in zicht en de afdeling is met name gevuld met zeer jonge prematuren. Tijdens de visite hobbelen vijf Tanzaniaanse coassistenten achter ons aan, die braaf mijn woorden letterlijk noteren in hun kladblokjes. Als ik ze verdiepende of uitdagende vragen stel, blijven ze me glazig aanstaren en een antwoord blijft uit.

Zodra ik de laatste punt in het dossier van een kind op de high care zet, licht mijn telefoon op. Een bericht van onze tropenarts Rian: spoedeisende hulp, NU NU NU. Dat betekent rennen. Nog geen minuut later storm ik de spoedeisende hulp op. Daar is een reanimatie gaande van een meisje van 7 jaar in een groen schooluniform. Gescheurd. Bloed. Overal bloed. Ze is aangereden door een motor en langs de weg voor dood achtergelaten. Uit haar mond sijpelt bloed en een anesthesist plaatst een beademingsbuisje in haar luchtpijp. Haar borstkas beweegt amper. Niet veel later komt haar hartslag terug, maar aan het uitwendig letsel te zien, zijn haar hersenen niet gespaard gebleven. Als team zetten we ons vol voor haar in. Aangezien haar pupillen nog reageren, besluiten we haar de maximale kans te willen bieden. Daarvoor moet ze naar een academisch ziekenhuis waar ze haar hersenen kunnen opereren. Een paar uur verderop, inclusief een overtocht met een boot (dank Nederland voor het bestaan van traumahelikopters). Mijn visite is reeds afgerond, en ik heb een voorliefde voor intensive care transporten, dus besluit haar in overleg te transporteren. Een oude, stoffige terreinwagen met geïmproviseerde zwaailicht en sirene komt voorrijden. We nemen plaats op een gammel bankje, en ook moeder, het babybroertje en opa proppen zich naast ons, om met het kritiek zieke meisje naar Mwanza te rijden. Als de ambulance optrekt, roept de spoedeisende hulp verpleegkundige halt. Ze begint luid te bidden. Een aandoenlijk tafereel, neem ik op dat moment aan. Nog geen vijf minuten later, begrijp ik haar smeekbedes naar boven en doe in gedachten met haar mee. De ambulancerit is namelijk werkelijk een kamikazerit. Met een luidspreker wordt door alleskunner Paulo geschreeuwd dat de weg moet worden vrijgemaakt, en ondertussen gillen alle mogelijke sirenedeuntjes door de speaker. De chauffeur houdt van afwisseling, dus de tonen ‘meow’, ‘whale’, ‘sirene’ en ‘speaker’ wisselen elkaar in hoog tempo af. Er wordt nogal eens een drempel over het hoofd gezien, wat toch vrij vervelend is met een groot neurotrauma aan boord. De verpleegkundige blijft olie op het vuur gooien door continu tegen me te roepen dat het gewonde meisje geen hartslag meer heeft. Na uitvragen blijkt de verpleegkundige het kleine monitortje dat haar vinger omvat (pulse oxymeter), niet te kunnen aflezen. Dus tijdens het handmatig beademen met een ballon door, geef ik nog een klinische les vitale parameters aan de verpleegkundige. Ondertussen wordt de boot vrijgemaakt zodat we als eerste aan boord kunnen. Uiteraard blijven we in Afrika, dus moeten we vervolgens gewoon wachten totdat de boot tot de nok toe gevuld is, voor we de overtocht over Lake Victoria maken. Het is een spannende overtocht, want haar conditie verslechterd met de minuut. Net op tijd halen we het academische ziekenhuis. Bij terugkomst in Sengerema een paar uur later, roept de verpleegkundige opnieuw tot stoppen. Ze dankt God opnieuw, luid en duidelijk, dat wij levend zijn teruggekeerd. Ik doe luidkeels mee. Amina (amen).

Stop, politie

Naast onze indrukwekkende avonturen in het ziekenhuis, besluiten we in de weekenden soms voor de nodige ontspanning op avontuur te gaan. Zo zijn we vorige maand met ons tropenteam naar de grens van Kenia gereisd. Een prachtige tocht langs de Serengeti met zebra’s en wildebeesten langs de weg, om uiteindelijk het meest noordelijke puntje van Tanzania te bereiken: Shirati. Daar staat een ziekenhuis vergelijkbaar met Sengerema Hospital, en daar zijn ook een aantal Nederlandse tropenartsen werkzaam. Eens in de zoveel tijd zoeken we elkaar op. Overdag met elkaar naar het ziekenhuis en ’s avonds een ware ‘mbuzi party’ (vrij vertaald: geitenfeest). Dit is hét Tanzaniaanse feest waarvoor iedereen z’n mooiste kleding uit de kast haalt. Pofmouwtjes, make up, gepoetste schoenen én een lekkere odeur mogen niet ontbreken. Er wordt dan namelijk een geit geslacht, die volledig wordt opgepeuzeld. Ja volledig, inclusief alle organen.

Met de geit nog verterend in de maag, starten we een dag later onze lange tocht terug naar Sengerema (circa zeven uur rijden). We wisselen het rijden af, en het is mijn beurt. Het blijft wennen om links te rijden (onderweg wilde ik met de spiegel nog wel eens een verroeste dala dala raken). Braaf houd ik mij in de dorpjes aan de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Wel vind ik dat opvallend hard in onze auto. Volgens Rian ligt dat aan de auto en dat we zwaarbeladen zijn. Voordat we het weten, staat de politie ineens voor onze neus, en worden we aangehouden. Corruptie? Nee, ik ben geflitst, met meer dan 20 kilometer per uur te hard rijden. Hoe kan dat nou? Het blijkt een typisch ‘Afrikaans’ probleem: de kilometerteller is eigenwijs, en geeft lukraak een getal aan. De wijzer kwam letterlijk niet boven de 50 kilometer per uur uit. Na de enorme boete van omgerekend 12 euro, mochten we gelukkig weer doortuffen richting ons Sengerema. Mijn ‘gekochte’ rijbewijs in Zanzibar, werd ook voor lief genomen na een vriendelijke glimlach mijnerzijds.

Tanzania, nakupenda sana!

 

 

 

 

1,529 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

2 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *