Op 7 september is het zover; het derde benefietfeest van stichting vrienden Sengerema Hospital. Hoewel we graag de nadruk leggen op het feest en een gezellige dag, vinden we het ook belangrijk te vertellen over het hoe en waarom van het feest.

Wat ons betreft is het verhaal groter dan individuele patiënten, artsen of zelfs ziekenhuizen. Met dit feest lanceren we het vervolg op het eerste NICU project waarmee we willen veilig stellen wat we bereikt hebben en de successen uitbouwen waar kan.

Om dat goed te begrijpen is het belangrijk dat duidelijk is wat het belang en de rol is van de NICU binnen het ziekenhuis van Sengerema. Daarom bij deze een longread over de NICU waarin we meer uitleggen over het verleden, heden en toekomst van de NICU.

De aanloop naar de NICU

Het is goed om te weten dat het ziekenhuis in Sengerema al lange tijd een voorloper is op het gebied van zorg voor te vroeg geboren baby’s. Al sinds de jaren negentig is er een speciale kamer voor prematuur geboren kinderen. Vanzelfsprekend voor ons, maar in Tanzania een unieke situatie waar vaak geen of weinig zorg is voor pasgeboren baby’s. Een duidelijk teken van de grote betrokkenheid die het ziekenhuis altijd heeft gehad met deze kwetsbare patiënten.

Deze betrokkenheid was ook de basis van het streven van het ziekenhuis om in samenwerking met het Amerikaanse “TOUCH foundation” de sterfte bij zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s omlaag te krijgen. In de periode 2013 – 2015 werd er flink geïnvesteerd in infrastructuur om de 10.000(!) bevallingen per jaar in goede banen te leiden. Door onder andere betere verloskamers, een speciale operatiekamer voor verloskunde en training van personeel kon de zorg rondom de bevalling sterk verbeteren. Desondanks bleef de sterfte onder pasgeboren kinderen hoog.

Hiervoor waren meerdere oorzaken aan te wijzen. Een belangrijke factor was gebrek aan kennis over zieke pasgeborenen. Doordat veel verpleegkundigen en artsen niet wisten wat onderliggende oorzaken waren voor ziekte en sterfte rond de geboorte en zich niet bewust waren van de behandelmogelijkheden, konden zij niet juist handelen wanneer dat nodig was. Hierdoor werden veel kinderen niet, te laat, of verkeerd behandeld met als gevolg dat meer dan 1 op 20 kinderen stierf rond de geboorte.

Zonder een goed bewustzijn hierover is het moeilijk, zo niet onmogelijk om deze situatie te veranderen. Hoewel dat voor veel mensen moeilijk voor te stellen is, was het overlijden van kinderen rond de geboorte hierdoor iets wat “erbij hoort”. Patiënten, verpleegkundigen en artsen wisten niet beter dan dat het zo was en accepteerden het zoals het kwam.

Door de investering in trainingen, waren het bewustzijn en de kennis echter sterk gegroeid. Daardoor kwamen wij in veel opzichten in een gespreid bed toen wij met de plannen voor een NICU bij het ziekenhuis aanklopten. Er was door de uitbreidingen voldoende ruimte beschikbaar, het probleem werd erkent en het ziekenhuis was bereid tijd, energie en waar mogelijk ook geld en middelen in het project te steken. Daarnaast stonden ze open voor onze ideeën en expertise en andersom gold hetzelfde. Dit heeft direct de basis gelegd voor een goede en vruchtbare samenwerking op basis van wederzijds vertrouwen en respect.

Hoe start zet je een NICU op?

Het opzetten van de NICU was een grote uitdaging, niet in de laatste plaats omdat we het nooit eerder hadden gedaan. Wat het vooral lastig maakte was dat het opgezet moest worden in een omgeving waar nauwelijks kennis of ervaring was op dit gebied en er een chronisch tekort was aan geld en personeel. In verhouding tot de Westerse situatie zijn er 5-10x minder verpleegkundigen, artsen en ander zorgpersoneel op het aantal patiënten. Het budget voor medicatie en andere benodigdheden was en is nauwelijks voldoende om zelfs maar de meest basale zorg te leveren.

Het gevolg was dat de richtlijnen en protocollen waar we mee gewend waren te werken, nauwelijks gebruikt konden worden. We moesten het wiel opnieuw uitvinden. Het moest simpel, duidelijk en doeltreffend zodat het niet zou leiden tot een te grote werklast voor het personeel. Want een ding stond voorop; het moest vooral een duurzame en structurele oplossing zijn en niet een tijdelijk lapmiddel.

Om dit te bereiken was een goed plan nodig wat lokaal gedragen werd en wat niet afhankelijk zou zijn van onze aanwezigheid. Daarom hebben we continu samenwerking gezocht. Door enthousiaste en vaardige sleutelpersonen te betrekken en deel te maken van het team konden we vanaf de start samen bouwen en belangrijke keuzes gezamenlijk maken. In veel opzichten is het hierdoor een sterk lokaal gedragen afdeling geworden, waarbij verpleegkundigen hier harder werken en meer betrokken zijn dan op de meeste andere afdelingen.

Het erkennen en onderkennen van de uitdagingen op het gebied van personeel en beschikbare middelen heeft ervoor gezorgd dat we gefocust waren op het stellen van haalbare doelen. In de praktijk betekende dat wij ons moesten afvragen: “Wat kan één verpleegkundige doen tijdens een dienst?” Meer handen aan het bed was namelijk niet haalbaar. Als je je vervolgens realiseert dat de verpleegkundige in Tanzania bijna alles doet van opname tot en met ontslag en dat de arts vaak een bijrol heeft in het uitvoerende werk op de afdeling, kun je niet anders dan je nederig en bescheiden opstellen in je wensen.

Daarom besloten wij de protocollen simpel te houden en te focussen op hetgeen een groot verschil maakt; warmte, vocht, voeding, en lucht/zuurstof. Daarnaast werden baby’s vaak behandeld met antibiotica. Door hierop te focussen werd de aandacht en tijd vooral gestoken in eenvoudige maatregelen die de baby’s ondersteunden bij hun eigen herstel. Door het simpel te houden was het mogelijk om de zorg door de moeders te laten doen. De moeders behielden hierdoor hun centrale rol als verzorger en maakten het mogelijk om toch veel van de essentiële zorg te leveren.

Dit heeft geleid tot prachtige taferelen. Moeders krijgen onderwijs van de verpleegkundigen hoe ze voor hun premature of zieke kind moeten zorgen. Vervolgens zijn er de ervaren moeders die een rol als coach op zich nemen en onervaren moeders op sleeptouw nemen en helpen bij de zorg met raad en daad. Hierdoor

wordt de zorg gedeeld en blijft er ondanks de overweldigende drukte tijd over voor de verpleegkundige om medische handelingen te doen zoals infusen plaatsen, antibiotica geven, reanimatie of andere essentiële handelingen.

Door al deze gezamenlijke inspanningen zijn we er met zijn allen in geslaagd om een relatief goed functionerende afdeling neer te zetten met zeer beperkte middelen die nu alweer bijna 4 jaar draait. Met jaarlijks nog geen €10.000 steun vanuit SVSH wordt de afdeling geheel draaiend gehouden door het lokale team. Doordat we de afdeling een tot twee maal per jaar bezoeken en waar nodig opnieuw trainen blijft het kennis op niveau en blijven we betrokken en op de hoogte.

De huidige NICU

Vier jaar na de start is het tijd om een uitgebreide balans op te maken. En in grote lijnen durven we te zeggen dat we succesvol zijn. De afdeling draait nog steeds en vervult de rol die wij voor ogen hadden. Door de aanwezigheid van de NICU is er een vlotte doorstroom van de verloskamers naar een geschikte afdeling voor baby’s met problemen na de geboorte. Verpleegkundigen op de verloskamers worden ontlast en met dank aan de protocollen op de NICU kan medische zorg vlot gegeven worden.

Daarnaast zien we dat moeders met hun zieke baby’s van heinde en verre komen om zorg voor hun kind te krijgen. Soms is dit op initiatief van de patiënt, maar steeds vaker zien we formele verwijzingen vanuit de omringende klinieken. Een belangrijke erkenning van de kwaliteit en noodzaak van deze afdeling door omliggende instituten. Het is bijzonder om te zien hoe de afdeling in een korte tijd een essentiële schakel geworden is in de moeder-kind zorgketen in de hele regio.

Dankzij dit succes dient de NICU als prachtig voorbeeld hoe er met weinig middelen veel bereikt worden. Dit helpt om het bewustzijn over het belang en de haalbaarheid van neonatale zorg te vergroten bij patiënten en personeel, maar vooral ook de 200-300 studenten die jaarlijks klinische stages doen in het ziekenhuis. De inspanningen worden ook erg gewaardeerd door de overheid en andere hoogwaardigheidsbekleders. De NICU heeft daarmee een prominente rol verworven in het ziekenhuis.

Tegelijkertijd zien we hoe de NICU kraakt en piept onder het gewicht van het eigen succes. In 2014, voordat de NICU werd opgericht, waren er 500 opnames per jaar. De plannen en budgetten waren gebaseerd op dit aantal opnames of iets meer. In 2018 waren er uiteindelijk 1600 opnames en dat aantal groeit nog steeds. Dit zorgt voor een torenhoge werkdruk, overbezette bedden en dit leidt onvermijdelijk tot een lagere kwaliteit van zorg.

Terwijl het aantal patiënten alleen maar toeneemt is het aantal verpleegkundigen bijna gelijk gebleven. Er is helaas geen geld om meer verpleegkundigen aan te nemen. Deels wordt dit veroorzaakt doordat de zorg op de NICU gratis is. De consequentie van de gratis zorg is dat het ziekenhuis ondanks onze steun veel geld kwijt is aan de NICU. Hoewel we liever niet in economische termen denken, zorgt het ervoor dat het toch al krappe budget onder druk komt te staan en is het continu opletten dat de NICU geen negatieve invloed heeft op de rest van het ziekenhuis.

Ondanks deze belasting voor het personeel en het ziekenhuis blijft iedereen erg gemotiveerd om voor deze patiënten te blijven zorgen. Er moet echter wel wat gebeuren om deze overspannen situatie meer in balans te krijgen. De ruimte moet groter, er zijn meer bedden, couveuses, apparatuur en medicijnen nodig. Maar bovenal moeten we zorgen dat het personeel niet overbelast raakt en gemotiveerd blijft. Naast deze investeringen op de NICU is het de bedoeling dat de moeder-kind zorg over de volle breedte versterkt wordt met betere zorg tijdens de zwangerschap en bevalling zodat we kunnen voorkomen dat kinderen op de NICU belanden.

Stichting Vrienden Sengerema Hosptial heeft de ambitie om het ziekenhuis te ondersteunen bij deze projecten. Om dit alles mogelijk te maken werken we samen met stichting “Little Superheroes” en hopen we daarnaast weer met Wilde Ganzen samen te werken. Samen met deze partners, onze eigen donateurs en via de samenwerking met het Amalia kinderziekenhuis moet het ons lukken om het ziekenhuis in Sengerema.

Het feest is in feite de aftrap van deze grootse plannen.

Dus waarom dit feest?

Omdat niet één kind zou mogen overlijden omdat simpele basale zorg niet beschikbaar is. Alle mensen en kinderen voorop hebben recht op basale zorg. Zorg die zo simpel en zo basaal is, maar tegelijkertijd onmisbaar kunnen ze leveren, maar niet zonder onze steun.

Omdat “onze” verpleegkundigen en artsen in Tanzania helden zijn die onder de moeilijkst denkbare omstandigheden zich dagelijks uitsloven om deze afdeling draaiend houden. Hen in de steek laten is geen optie en zij verdienen het dat wij voor hen knokken zodat zij hun werk goed kunnen blijven doen.

Omdat de afdeling implodeert onder het eigen succes als we niks doen. Dit succes verdient het om uitgebouwd te worden zodat het steeds meer mensen kan helpen en er steeds meer bewustzijn komt over de mogelijkheden voor goede zorg rond de geboorte.

Maar bovenal omdat we onze successen willen vieren en vooruit willen kijken naar een mooie toekomst waarin deze afdeling blijft draaien en mensen blijft inspireren, patiënten blijft helpen en op een bescheiden manier toch een grote invloed kan hebben.

Helpen jullie mee?

Meld je aan voor het feest via info@stichtingvsh.nl

 

 

 

 

 

 

2,101 totaal aantal vertoningen, 3 aantal vertoningen vandaag

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *