Inmiddels ben ik zes weken in Sengerema en begin ik aardig te wennen aan mijn rol als tropenarts. De logistiek en organisatie gaan me steeds beter af en ik raak snel bekend met lokale gebruiken en richtlijnen, waardoor ik beter en sneller kan werken. Ondanks dat het de vijfde keer is dat ik in Sengerema ben, zijn veel van dat soort dingen nog lastig. Gelukkig leer ik vlot en heb ik er plezier in, waardoor het werken snel went.

Ook heb ik inmiddels met de meeste artsen en verpleegkundigen samengewerkt en heb ik het idee dat de mensen ook aan mij beginnen te wennen. Ik word vaker gevraagd bij moeilijke patiënten en waar ik eerder een sceptische blik kreeg als ik ongevraagd vertelde wat ik vond/wilde, lijken de verpleegkundigen nu een stuk meer geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb. “Eerst zien en dan geloven” gaat hier net zo goed op als in Nederland.

Moeder en kind zorg

Alhoewel ik van tevoren had verwacht dat ik mij veel met chirurgie bezig zou houden, concentreren mijn dagen zich vooral op moeder en kind zorg. Deze keuze komt voort uit dat hier de grootste behoefte ligt en dat we als SVSH hebben gezegd dat ons focus de komende jaren op dit gebied zal liggen.

Dit houdt in dat ik het merendeel van de dag op de verloskamers ben waar 25-35 bevallingen per dag plaatsvinden en mij op de verloskunde afdeling ontferm over de zieke pasgeborenen. De laatste groep bestaat uit gemiddeld 20 prematuren die op één grote “prematuren kamer” liggen en 3 – 5 kinderen per dag die een infectie/meningitis hebben waarvoor zij antibiotica krijgen. Al met al een hoge patiëntendruk met bijpassende werkdagen van een uur of elf.

Zorg voor pasgeborenen

Deze activiteiten sluiten natuurlijk erg goed aan bij het project “Lucht voor Leven” waarvoor wij in november de Albert Schweitzer prijs hebben gewonnen. Het doel van dit project is terugdringen van sterfte aan de gevolgen van zuurstoftekort bij pasgeborenen. Dit willen wij bereiken door opleiden van lokaal personeel in de opvang van baby’s direct na de geboorte. Met behulp van materiële en financiële ondersteuning zullen wij het lokale personeel in staat stellen deze trainingen voort te zetten.

Alhoewel lucht voor leven heel makkelijk een op zich zelf staand project zou kunnen zijn vinden wij dat dit eigenlijk in het kader hoort van een bredere aanpak. Als je een goede eerste opvang hebt maar er wordt vervolgens niet naar een kind omgekeken (er zijn namelijk nog geen specialisten of artsen aanwezig voor dit werk) is de kans groot dat een kind in de dag erna alsnog overlijdt aan de gevolgen van zuurstoftekort, infectie of een epileptische aanval.

Daarom hebben we besloten om te proberen dit alles zoveel mogelijk als een geheel aan te pakken en willen we ook een soort neonatale “intensive” care unit (NICU) opzetten, met als doel dat ook na de eerste 10 minuten van het leven de zorg goed is. Dat het nodig is blijkt wel uit de statistieken van het ziekenhuis, want in 2013 ging 2% (200 baby’s) dood in de eerste maand of werden ze doodgeboren.

Wind in de rug
Dat het een ambitieus plan is wist ik al voordat we de prijs wonnen. Met dit soort projecten kun je volgens mij nooit van tevoren zeggen hoe het gaat lopen en kan het zowel enorm meevallen als tegenvallen. Tot nu toe (prijs de dag niet voor hij om is) lijkt alles op het eerste uit te komen. Omdat ik een hekel heb aan lange opsommingen heb ik de meevallers maar samengevat in het tekstvlak hiernaast.

Naast deze belangrijke meevallers bleek ook nog dat Renske van den Elzen mij 3 weken komt helpen, welke er inmiddels bijna op zitten. Deze vriend van Sengerema zat in 2011 als coassistent hier en heeft 3 jaar in de kindergeneeskunde gewerkt. Zij helpt mij met onderwijs en ontwikkelen van locale protocollen.

De eerste training

Al deze meevallers  hebben ervoor gezorgd dat we afgelopen week samen met de lokale trainers van het “Helping babies breath” programma op donderdag en vrijdag al twintig mensen hebben getraind. Ruim 3 maanden eerder dan ik had durven hopen.

De training werd door mij en Renske gegeven samen met Caroline (arts) en Kagimbwa (verloskundige). Na een korte introductie door mij in het Swahili over wat zuurstoftekort inhoud en waarom het belangrijk is om snel te handelen, werd de les overgenomen door deze Tanzaniaanse collega’s. Uit de presentaties die volgden bleek al snel dat ze ervaring hadden met deze stof, want er volgde een interactieve presentatie met mooie demonstraties waarin moeiteloos een aantal dingen uit mijn presentatie werden verwerkt.

In de scenariotrainingen die volgden, kreeg iedereen de kans om het geleerde in de praktijk te brengen. De materialen zijn nog niet optimaal, maar voor een eerste basis meer dan voldoende. Tijdens deze scenario’s waarbij we telkens verschillende praktijkvoorbeelden gebruikten, kwam iedereen om beurten naar voren om een kind geboren te laten worden en met masker en ballon te beademen. Vaak ging dit gepaard met een schaterlachende groep “studenten” omdat veel mensen onhandig werden onder de druk, tot groot vermaak van de rest.

Drie uur na het begin van de training sloot Renske het trainingsgedeelte af met een laatste presentatie in het Engels met een samenvatting van het geleerde. Bij de woorden dat een opvang erg lastig is en dat het tijd kost om goed te leren werd er instemmend geknikt. Voor mijn gevoel begrepen ze goed dat het leren pas echt begint in de praktijk. Gelukkig kan ik ze daar ook bij helpen.

Eigen ervaring

Inmiddels kan ik ook uit eigen ervaring vertellen hoe groot de noodzaak is. Terwijl ik als groentje begon aan deze taak, voel ik me inmiddels bijna thuis aan de reanimatietafel. Op die plek heb ik inmiddels meer dan tien keer geprobeerd een pasgeborene (nieuw) leven in te blazen met een beademingsmasker. Gelukkig in de meeste gevallen met succes.

Zo ook afgelopen vrijdag toen ik na de cursus door een coassistent naar een bevalling werd gebeld, waar een verloskundige bijstond die de dag ervoor bij de training was. De moeder die thuis al 8 kinderen heeft, deed lang over het laatste stuk van de bevalling. Op het moment dat ik hoorde dat de hartslag van de baby te laag was deed ik wat ik de dag ervoor uitgelegd had; alle spullen klaarleggen voor een reanimatie en in de buurt blijven zodat ik kon helpen.

Omdat de baby niet snel genoeg geboren werd besloot ik om te helpen met een vacuümpomp, waarna de baby vlot geboren werd. Dat was maar goed ook, want de baby was zo slap als een vaatdoek en ademde niet. Gelukkig kon ik de baby goed opvangen en ademde hij na tien minuten zelfstandig en kon ik hem na een uur alweer bij moeder op de borst leggen.

Dat vind ik mooi aan de specialisatie die ik heb gedaan; doordat ik ervaring heb in kindergeneeskunde en gynaecologie kan ik het proces beter begrijpen en op beide vakgebieden ingrijpen als dat nodig is. In het komende jaar hoop ik samen met het lokale personeel en SVSH over het hele traject verbeteringen te bereiken met als doel dat de babysterfte en moedersterfte afneemt. 

473 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *