Drie jaar lang heb ik toegeleefd naar mijn destijds toekomstige hoogtepunt: een half jaar naar mijn geliefde Afrika. Flink
sparen, intensieve voorbereidingen en pittige momenten van afscheid nemen. Uiteraard veranderde er een boel in de toeloop naar dit grote avontuur.  Naarmate mijn relatie vorderde, kwamen wij uiteraard ook in een nieuwe fase terecht. En niet alleen wij, ook onze directe omgeving. Veel kersverse, prachtige gezinnen zijn ontstaan. Desalniettemin besloten we de grootste plannen toch voort te zetten. En ineens zitten de 180 dagen erop. Eenmaal knipperen en het is, bijna, afgelopen. Het was een intens bijzondere tijd waarin ik ontzettend veel mooie dingen heb mogen zien, doen en meemaken. Uiteraard ben ik ook geconfronteerd met ellende, schrijnende situaties, diep verdriet, overlijdens en rouw. Het coronavirus heeft flink roet gegooid in de originele plannen. Daardoor ging ik van zes maanden continu bezoek, naar zes maanden op mezelf aangewezen zijn. Dit was een mooie, wijze levensles die me sterker heeft gemaakt. 

Ik besef me goed dat wat ik heb mogen doen, meer dan bijzonder is. Zes maanden leven in mijn tweede thuis Sengerema. Vol overgave werken op de afdeling waar al ontzettend veel bloed, zweet en tranen in zitten. Wát een investering, en wat was dit het waard. In 2019 ging de documentaire ‘Ieder kind verdient een naam’ in première. De angst om een pasgeborene een naam te geven, was groot. Derhalve werd dit overwegend niet gedaan in de eerste dagen, uit angst voor verlies. Inmiddels is onze babysterfte stabiel (in 2014 was dit 16%, tegenwoordig 8-9%). Er is een grote verandering gaande. De baby’s doén ertoe. En…. Ieder kind hééft tegenwoordig een naam. En wat mijn hart doet smelten: de baby’s worden geregeld naar onze fantastische verpleegkundigen vernoemd, omdat ouders zo ontzettend dankbaar zijn. De spreekwoordelijke kers op de taart, een nieuw hoofdstuk van ‘Project NICU’ is aangebroken.

Stil

En toen was het donker en stil. Geen gezoem van alarmerende apparaten, geen licht, de couveuses uit, de monitoren vallen stil, maar ook de ademhalingsapparaten worden gevoed met het elektriciteitsnetwerk. Normaliter vindt dit tafereel meermaals per dag plaats- maar start de generator vaak binnen enkele minuten op. Het blijft stil. Ik krijg het steeds warmer, want er liggen een aantal kritiek zieke kindjes die afhankelijk zijn van continue zuurstoftoevoer. Langzaam worden een aantal koppies wat grauwer, en op mijn draagbare saturatiemeter zie ik getallen van 40% (hoort >92% te zijn). In dit soort situaties leer je snel en inventief handelen. Door het technische team wordt één grote zuurstofcilinder de afdeling binnen gerold. Één cilinder, zeker vijf kinderen met forse zuurstofbehoefte. Samen met anesthesist Isayah en verpleegkundige Samuel, trekken we alle kasten open en speuren alle mogelijke zuurstofslangen op. Stap twee is zoveel mogelijk driewegkranen verzamelen. Dan begint het knip- en plakwerk. Zoveel mogelijk verlengen, zodat we zoveel mogelijk kinderen kunnen aansluiten. En het werkt! In mum van tijd hebben we alle kinderen van de elektrische apparatuur af en over kunnen schakelen op de cilinder. Alle kinderen hebben deze intensieve exercitie overleefd. In situaties als deze wordt weer even heel pijnlijk duidelijk dat we in een arm ontwikkelingsland zijn, en dat niks vanzelfsprekend is.

Afscheid

In Sengerema is het gebruikelijk dat je als afscheidsfeest een geit slacht, harde en krakende muziek draait, de pofmouwen uit de kast haalt en je maximaal opdoft. Aangezien ik daar letterlijk en figuurlijk weinig trek in had, besloot ik tot een voor mij passend alternatief. Op ons ziekenhuisterrein staat een opvang/weeshuis voor kinderen met een zeer belaste achtergrond. Veel van hen hebben geleden aan ernstige ondervoeding of zijn actueel nog ernstig ziek. Ik heb besloten mijn afscheidsfeestje met deze fantastische kinderen te vieren. Met z’n 24en in een 8 persoons schoolbus gepropt, zijn we naar Busisi gereden. Aldaar is een hotel met zwembad én een menukaart met pizza’s en hamburgers erop. Een groot avontuur voor deze kinderen, die nog nooit in hun leven een zwembad hebben gezien of een hamburger hebben gegeten. Samen met onze groep tropenartsen hebben we er een fantastische, onvergetelijke dag van gemaakt. Glimlachen van oor tot oor en alle stralende koppies zijn werkelijk onbetaalbaar. Wat ga ik deze groep ontzettend missen!

Mijn allerlaatste klinische inspanning in het ziekenhuis zal ook voor altijd in mijn geheugen gegrift staan. De laatste weken hebben volledig in het teken gestaan van onderwijs geven. Tijdens de spoedeisende hulp training voor acute kindergeneeskunde, werd ik gevraagd bij een bevalling. De barende vrouw is slechts 24 weken en 2 dagen zwanger. Met een levensvatbaarheidsgrens van 28 weken, zouden we dat hier als ‘spontane abortus’ kunnen beschouwen. De moeder is echter haar vorige kind ook prematuur verloren en smeekt letterlijk alles voor dit kleintje te doen. We spreken af te kijken of haar kleintje tekenen van leven vertoont na de geboorte- en binnen de mogelijkheden én perken te handelen. Na tweemaal persen werd een gehele vruchtzak geboren. In de vruchtzak zien we twee handjes druk bewegen. Tekenen van leven! Na het openen van de vruchtzak en wegsijpelen van het vruchtwater, komt er een zeer klein kindje tevoorschijn. Hij grijpt het leven aan. De toekomst is uiteraard zeer onzeker en de kans op overleven klein. Maar de moeder heeft wel kennis kunnen maken met haar zoon en kan hopelijk wat herinneringen creëren.

Persoonlijke hoogtepunten

Met de grote voorliefde voor het rijkelijk laten vloeien van allerhande olie in de Afrikaanse gerechten in mijn geheugen gegrift, besloot ik net voor vertrek te starten met hardlopen. Met als doel mijn fitte lijf fit én gezond houden en skaten over alle kronkelige zandpaden niet echt tot de opties behoorde, heb ik spontaan een setje hardloopschoenen gekocht. Daarna heb ik onze Belgische Evi gedownload en ben ik braaf begonnen met haar opbouwprogramma. Een aantal maanden later ren ik op grote hoogte mijn allereerste trail óp de Kilimanjaro. Al rennend door het tropische regenwoud voel ik wat tranen opwellen. Wat maak ik toch eigenlijk bijzondere dingen mee? Tijdens het hardlopen komt deze realisatie hard binnen. Onderweg naar deze práchtige locatie worden we getrakteerd op giraffes en zebra’s en de Kilimanjaro als een schilderij op de achtergrond. Hoe surreëel is dit leven dat ik het afgelopen half jaar heb mogen leven wel niet? Ik voel me bevoorrecht en begin letterlijk te zweven. Als vanzelf wordt mijn hardlooppas in tempo opgevoerd en ineens bereik ik de finish. Als derde binnen mijn categorie (vrouwen onder de veertig). Mijn eerste trail van 10 km! Tijd om lang te blijven hangen in mijn euforie is er niet, want na onze eigen sportprestatie begint onze ‘dienst’ in de medische tent van dit sportfestival.

Een grote ervaring rijker, voel ik mij een voldaan mens. Daarnaast ook verzadigd. Het verlangen naar thuis neemt inmiddels de overhand. Dit was het avontuur van mijn leven en deze ervaring heb ik nodig gehad om richting te krijgen welk pad ik nu wil gaan bewandelen. En dat pad, gaat een hele mooie zijn!

Afscheidsfeest collega’s NICU

   Voor het ziekenhuis

2,148 totaal aantal vertoningen, 2 aantal vertoningen vandaag

Het is vrijdagmiddag. We hebben de hele middag met het management zitten vergaderen over het elektriciteitsnetwerk van het ziekenhuis, een potentiële toekomst met solar energie (we leven hier immers op de equator) en de power factor. Overuren voor mijn brein, aangezien dit materie is waar ik geen verstand van heb. Ik probeer een intelligente vraag te stellen tussendoor, maar denk dat ik hierin eindeloos gefaald heb. Vermoeid na deze overvloed aan informatie besluit ik nog ‘even’ een laatste ronde over de NICU te lopen. Overdag lagen alle kindjes er goed en stabiel bij- dus ik verwacht eigenlijk serene rust.

Bij het openen van de groene deur, blijkt het tegendeel realiteit. Piepjes, gejammer, tranen en hulpeloosheid. Verpleegkundige Edward tracht met man en macht het borstkastje van een zes weken oude baby omhoog te krijgen met een masker en de beademingsballon. Pareltjes van zweet gutsen van zijn hoofd. De baby is asgrauw en vertoont weinig tekenen van leven. Vlot screen ik de rest van de intensive care, en bemerk dat er nóg twee kinderen niet ademen. Drie reanimaties tegelijkertijd. Intensief om een helikopterview te houden, hartmassage te geven, te beademen en met kunst en vliegwerk in het Swahili de moeders de harde realiteit duidelijk te maken. Na een lange reanimatie komt het eerste kindje te overlijden. De jonge moeder zakt letterlijk in mijn armen in elkaar van verdriet. Een fors tranendal volgt. Niet alleen bij deze moeder, veel moeders op de NICU huilen met haar mee. Zelfs de vader wordt opgetrommeld en kan zijn emoties niet bedwingen. 

Dit overvalt me, en raakt me diep. Het tonen van deze, meer dan logische, emotie is namelijk nieuw voor mij. Eerder ervoer ik bij het overlijden van een kind een vorm van gelatenheid. Een afstand. Afsluiten voor de realiteit. Nadenken over de grote gevolgen voor de toekomst van het verlies van een kind. Tranen en diep verdriet komen binnen. Er volgt een moment van bezinning. Met het overleden kind in mijn armen staar ik over de NICU. De afgelopen zes jaar flitsen aan me voorbij. Daar waar ik eerder altijd zelf ieder kind vasthield totdat de laatste adem was uitgeblazen, hebben de moeders hier nu overwegend zelf een rol in. Baby’s doén ertoe. Voor de wereld, voor het land, de overheid, de zorg en ook voor de ouders. Er is een verandering gaande. Dit is waar we zo hard voor hebben gestreden de afgelopen jaren: ieder kind verdient een naam en een toekomst!

Leven in Sengerema

Zonnestralen maken plaats voor de sterren en de maan. Langzaam vindt een prachtig schouwspel plaats boven de heuvels van Sengerema, met een paars kleurende lucht. De nacht treedt in. Om stipt 19.00 is het donker. Zachtjes begint het getik van regen op de ramen. Dit is van korte duur, want ineens wordt de hemel opgehelderd door forse bliksemschichten en barsten de tropische regenbuien los. Het is regenseizoen, wat inherent is aan veel powercuts, en dus donkere en stille avonden. Ik geniet van deze ‘intieme’ momenten, want alleen dan ervaar ik serene rust. Enkel het geluid van natuurgeweld. Geen continue dreunen van de harde beats die vrijwel 24/7 vanuit de boxen dreunen en mission domineren. Enkel het geluid van regen, kikkers en krekels. Vaak kruip ik direct veilig onder mijn klamboe. Om 05.30 gaat ’s morgens mijn wekker. Ik kan enorm genieten van het intreden van de dag- en ga meestal voor dag en dauw hardlopen door de heuvels van Sengerema. Het kleurenpalet is divers en iedere dag even prachtig. Na een gezond ontbijtje met het verse fruit dat hier letterlijk van de bomen te plukken is, kan ik vervolgens mijn werkdag fris en fruitig beginnen.

 

Heri ya miaka mpya

Het voelt als eenmaal knipperen, en het jaar 2021 was voorbij. Ineens over de helft van mijn fijne leven in het Afrikaanse continent. Inmiddels is op culinair gebied geen uitdaging meer te groot. Er zijn beperkte levensmiddelen beschikbaar in Sengerema, dus bij bepaalde cravings leer je creatief zijn. Google en ‘grootmoeders recepten’ worden hier je beste vriend. Zo hebben we voor oud en nieuw heerlijk ouderwetse, vette oliebollen en appelbeignets gebakken. Zonder ‘gist’ van Koopmans, maar enkel met de poedertjes die op de markt beschikbaar zijn. Een pan vol spetterende olie en pruttelen maar. Het eindresultaat: goudbruine misvormde bolletjes met een mooi laagje maagdelijk poedersuiker. Veel tijd om te genieten van deze caloriebommen is er niet, want om 21.00 wordt onze aanwezigheid verzocht door het ziekenhuis. Op de spoedeisende hulp liggen twee jonge zusjes bewusteloos. De kleine lijfjes zijn van top tot teen bezaaid met angels. Ze zijn aangevallen door killer bee’s en niet overdreven meer dan 1000 keer gestoken. We trommelen een peloton studenten op, en in écht teamverband zijn we druk aan het vechten voor deze meisjes. Sommigen zorgen zorgen voor voldoende licht terwijl anderen druk in de weer zijn met pincetjes om angel voor angel zorgvuldig uit de kleine lijfjes te elimineren. Een triest begin van 2022 voor deze twee slachtoffers van een oneerlijke aanval door de bijen die eigenlijk liefkozend ‘Afrikaanse honey bee’s’ worden genoemd, maar eigenlijk levensgevaarlijke, agressieve insecten zijn die voor levensbedreigende situaties kunnen zorgen. Keer op keer kan ik me blijven verbazen van de casus die hier op dagelijkse basis de revue passeren. Wat kan het toch oneerlijk zijn in welk land je wieg staat.


Lakeviews

Terwijl de woorden uit mijn vingers vloeien, zit ik op een stijger aan Lake Victoria. Om mij heen glooien prachtige heuvels en ik hoor enkel het gekabbel van water, fluitende vogels en word ik af en toe opgeschrikt door letterlijk een brutale, nieuwsgierige aap. Ik ben halverwege mijn vierde maand in Afrika en had veel behoefte aan een moment van totale bezinning. Het leven in Afrika is bijzonder, maar ook erg indrukwekkend. Drie volle dagen ben ik even één met de natuur in een oase van rust. Ingrijpende en bijzondere casus van de afgelopen maanden passeren de revue. Wat ben ik ontzettend trots op onze prachtige NICU. Wat een dijk van een resultaat na jarenlange investeringen en soms zeker ook de nodige frustraties. Wat overleven er een boel kinderen, die eerder geen schijn van kans hadden. Eindeloze bewondering voor ons team, die deze intensieve zorg al zes jaar lang dag in- dag uit leveren. Ik ben blij dat ik ze de komende twee maanden nog mag bijstaan en ondersteunen tijdens deze prachtige missie voor de kinderen van de toekomst.

 

1,624 totaal aantal vertoningen, 2 aantal vertoningen vandaag

Het is warm vandaag. Extreem warm. Zweet loopt in kleine straaltjes over mijn rug. De imposante intensive care unit voor zieke pasgeborenen is gevuld met couveuses, reanimatietafels, zuurstofmachines en ademhalingsapparaten. Een luid gepuf en gepiep van alle machines en een elektriciteitsnetwerk dat overuren draait, domineren de afdeling. Af en toe raakt het netwerk dusdanig overbelast, dat het wel eens stil en donker valt. Pruttelend komt vervolgens de generator op gang, en herstart het gepiep. Het weekend is in zicht en de afdeling is met name gevuld met zeer jonge prematuren. Tijdens de visite hobbelen vijf Tanzaniaanse coassistenten achter ons aan, die braaf mijn woorden letterlijk noteren in hun kladblokjes. Als ik ze verdiepende of uitdagende vragen stel, blijven ze me glazig aanstaren en een antwoord blijft uit.

Zodra ik de laatste punt in het dossier van een kind op de high care zet, licht mijn telefoon op. Een bericht van onze tropenarts Rian: spoedeisende hulp, NU NU NU. Dat betekent rennen. Nog geen minuut later storm ik de spoedeisende hulp op. Daar is een reanimatie gaande van een meisje van 7 jaar in een groen schooluniform. Gescheurd. Bloed. Overal bloed. Ze is aangereden door een motor en langs de weg voor dood achtergelaten. Uit haar mond sijpelt bloed en een anesthesist plaatst een beademingsbuisje in haar luchtpijp. Haar borstkas beweegt amper. Niet veel later komt haar hartslag terug, maar aan het uitwendig letsel te zien, zijn haar hersenen niet gespaard gebleven. Als team zetten we ons vol voor haar in. Aangezien haar pupillen nog reageren, besluiten we haar de maximale kans te willen bieden. Daarvoor moet ze naar een academisch ziekenhuis waar ze haar hersenen kunnen opereren. Een paar uur verderop, inclusief een overtocht met een boot (dank Nederland voor het bestaan van traumahelikopters). Mijn visite is reeds afgerond, en ik heb een voorliefde voor intensive care transporten, dus besluit haar in overleg te transporteren. Een oude, stoffige terreinwagen met geïmproviseerde zwaailicht en sirene komt voorrijden. We nemen plaats op een gammel bankje, en ook moeder, het babybroertje en opa proppen zich naast ons, om met het kritiek zieke meisje naar Mwanza te rijden. Als de ambulance optrekt, roept de spoedeisende hulp verpleegkundige halt. Ze begint luid te bidden. Een aandoenlijk tafereel, neem ik op dat moment aan. Nog geen vijf minuten later, begrijp ik haar smeekbedes naar boven en doe in gedachten met haar mee. De ambulancerit is namelijk werkelijk een kamikazerit. Met een luidspreker wordt door alleskunner Paulo geschreeuwd dat de weg moet worden vrijgemaakt, en ondertussen gillen alle mogelijke sirenedeuntjes door de speaker. De chauffeur houdt van afwisseling, dus de tonen ‘meow’, ‘whale’, ‘sirene’ en ‘speaker’ wisselen elkaar in hoog tempo af. Er wordt nogal eens een drempel over het hoofd gezien, wat toch vrij vervelend is met een groot neurotrauma aan boord. De verpleegkundige blijft olie op het vuur gooien door continu tegen me te roepen dat het gewonde meisje geen hartslag meer heeft. Na uitvragen blijkt de verpleegkundige het kleine monitortje dat haar vinger omvat (pulse oxymeter), niet te kunnen aflezen. Dus tijdens het handmatig beademen met een ballon door, geef ik nog een klinische les vitale parameters aan de verpleegkundige. Ondertussen wordt de boot vrijgemaakt zodat we als eerste aan boord kunnen. Uiteraard blijven we in Afrika, dus moeten we vervolgens gewoon wachten totdat de boot tot de nok toe gevuld is, voor we de overtocht over Lake Victoria maken. Het is een spannende overtocht, want haar conditie verslechterd met de minuut. Net op tijd halen we het academische ziekenhuis. Bij terugkomst in Sengerema een paar uur later, roept de verpleegkundige opnieuw tot stoppen. Ze dankt God opnieuw, luid en duidelijk, dat wij levend zijn teruggekeerd. Ik doe luidkeels mee. Amina (amen).

Stop, politie

Naast onze indrukwekkende avonturen in het ziekenhuis, besluiten we in de weekenden soms voor de nodige ontspanning op avontuur te gaan. Zo zijn we vorige maand met ons tropenteam naar de grens van Kenia gereisd. Een prachtige tocht langs de Serengeti met zebra’s en wildebeesten langs de weg, om uiteindelijk het meest noordelijke puntje van Tanzania te bereiken: Shirati. Daar staat een ziekenhuis vergelijkbaar met Sengerema Hospital, en daar zijn ook een aantal Nederlandse tropenartsen werkzaam. Eens in de zoveel tijd zoeken we elkaar op. Overdag met elkaar naar het ziekenhuis en ’s avonds een ware ‘mbuzi party’ (vrij vertaald: geitenfeest). Dit is hét Tanzaniaanse feest waarvoor iedereen z’n mooiste kleding uit de kast haalt. Pofmouwtjes, make up, gepoetste schoenen én een lekkere odeur mogen niet ontbreken. Er wordt dan namelijk een geit geslacht, die volledig wordt opgepeuzeld. Ja volledig, inclusief alle organen.

Met de geit nog verterend in de maag, starten we een dag later onze lange tocht terug naar Sengerema (circa zeven uur rijden). We wisselen het rijden af, en het is mijn beurt. Het blijft wennen om links te rijden (onderweg wilde ik met de spiegel nog wel eens een verroeste dala dala raken). Braaf houd ik mij in de dorpjes aan de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Wel vind ik dat opvallend hard in onze auto. Volgens Rian ligt dat aan de auto en dat we zwaarbeladen zijn. Voordat we het weten, staat de politie ineens voor onze neus, en worden we aangehouden. Corruptie? Nee, ik ben geflitst, met meer dan 20 kilometer per uur te hard rijden. Hoe kan dat nou? Het blijkt een typisch ‘Afrikaans’ probleem: de kilometerteller is eigenwijs, en geeft lukraak een getal aan. De wijzer kwam letterlijk niet boven de 50 kilometer per uur uit. Na de enorme boete van omgerekend 12 euro, mochten we gelukkig weer doortuffen richting ons Sengerema. Mijn ‘gekochte’ rijbewijs in Zanzibar, werd ook voor lief genomen na een vriendelijke glimlach mijnerzijds.

Tanzania, nakupenda sana!

 

 

 

 

1,458 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Je kent het vast wel, hoog boven zeeniveau. Je benen slapen, je hoofd voelt zwaar aan en de geur van fris wasmiddel is inmiddels vervaagd. Na úren opgepropt te hebben gezeten in het stalen gevaarte, zet dan eindelijk die langverwachte landing in. Door het witte wolkendek gaat dit nog wel eens gepaard met de nodige hobbels, schommelingen en luchtzakken. Al schuddend, vliegend over de turquoise zee, naderen we het idyllische Zanzibar. Mijn blik wordt al vlot getrokken door drie vliegtuigwrakken (status: total loss) zo’n 200 meter onder me. Érg geruststellend kan ik je zeggen. Ik hou mijn adem in, sluit mijn ogen en kan het lot toch niet meer veranderen. Ergens moet ik ook hardop grinniken: dit kan alleen in Afrika. Ook hierom hou ik van dit fantastische continent. Thuiskomen.

Tranen van puur geluk dwarrelen langzaam over mijn wangen en verdwijnen in het witte zand. Door de overheersende hitte, verdampt dit spoor direct. Mijn favoriete playlist staat aan en ik zie de grote oranje zon in de azuurblauwe zee zakken. De laatste vissersboten dobberen langzaam binnen, om me heen wordt gevoetbald, gelachen en plezier gemaakt. Puur geluk. Wat blijft dit land toch een onuitwisbare indruk op me maken. De puurheid, de schoonheid, de geuren en de kleuren.

Van witte jas naar schoolbanken

De afgelopen weken heb ik mijn witte jas verruild voor de schoolbanken. Oldschool, inclusief huiswerk, nakijken, krullen en strepen. Swahili voor, Swahili na. Inmiddels droom ik zelfs in het Swahili. Deze Bantu taal wordt in veel Oost-Afrikaanse landen gesproken. De uitspraak is makkelijk, deze is namelijk fonetisch. Logica rondom de grammatica en de geregeld dubbele betekenis van woorden is soms ver te zoeken. Dit levert zo nu en dan hilarische situaties op. Zo moest ik van Mzee Hamisi (mijn leraar) en stuk tekst voorlezen- en dit vervolgens vertalen. Gaandeweg begon hij te grinniken en steeds harder te lachen, met name door mijn gezichtsuitdrukking. Het stuk tekst ging over ‘ziwa en maziwa’, welke ik voornamelijk associeer met de betekenis ‘borsten’ en ‘melk’ (gezien mijn werkzaamheden met pasgeborenen). Deze ‘maziwa’ ging echter over een meer. Je zult begrijpen dat het stuk tekst een geheel andere context kreeg.. Waar het hart vol van is zeg maar! Zo’n andere topper was toen ik vol overtuiging aan het uitleggen was dat ik met mijn werk getrouwd was. Al zit daar wellicht toch een kleine kern van waarheid in?

Het lesprogramma dat ik heb gevolgd heet Kiswahli na Utamaduni, oftwel: de taal Kiswhahili en de cultuur. Na al die jaren dacht ik redelijk kennis te hebben van de cultuur, maar afgelopen weken heb ik me toch nog meermaals verwonderd. In de les werd namelijk gepretendeerd dat vrouwen hier regelmatig 11 maanden zwanger zijn. Allereerst trok ik uiteraard mijn taalskills in twijfel. Was tellen in het Swahili dan toch zó lastig? Nee, ik heb het goed begrepen. Om zijn stelling meer gewicht te geven, verzamelt mijn docent vanuit het hele gebouw vrouwen die ooit bevallen zijn. Stellig en streng wordt mij in het Swahili haarfijn uitgelegd dat zwangerschappen alhier wel degelijk 11 maanden kunnen duren. Ik besluit braaf te knikken en me te beroepen op mijn onvermogen deze vorm van next level Kiswahali niet te hebben begrepen..

Tanzaniaans rijbewijs kopen

In de weekenden ontvlucht ik het authentieke maar drukke Mji Mkongwe (Stone Town) het liefst. Deze prachtige stad, waarin vele gebouwen zijn opgetrokken uit kalksteen vanuit de koraalriffen, kleurt overwegend wit met rood. De oude Arabische huizen zijn vaak zeer nauwkeurig afgewerkt met gedetailleerd houtsnijwerk. Adembenemend mooi en een waar doolhof aan prachtige, smalle straatjes. Doordeweeks waan ik me hier thuis, als ik ga hardlopen, boodschappen doe op de lokale markt en naar school wandel. De weekenden zoek ik graag de rust en adembenemende uitzichten op. Met een scooter verken ik graag op eigen houtje mijn favoriete eiland. Op zijn Afrikaans kon ik vooraf simpelweg een Tanzaniaans rijbewijs kopen (de scooter kan namelijk 160 km/uur). Mijn ‘examen’ voorafgaande aan de overhandiging van het gewenste papiertje, was een rondje over het voetbalveld. Toen ik gas kon geven, kon remmen en mijn richting aan kon geven, werd mijn examen bezegeld met het door mijzelf gekochte rijbewijs. Vooraf kijk ik met Mzee Hamisi op de kaart welke route het leukste en mooiste is om te rijden. Zo passeer ik dorpje na dorpje, overwin ik stoffige dirt roads en krijg een lamme arm van het zwaaien naar alle vrolijke koppies die verbaasd kijken als er ineens zo’n lange, blonde mzungu (blanke) in haar eentje voorbij crost op een ‘piki piki’. Het blijft één groot avontuur. Risicovol, maar ach: living on the edge blijft het motto!

Karibu tena

Inmiddels is mijn eerste maand in Oost-Afrika afgerond. Vandaag begint de lange tocht richting Sengerema. Drie vluchten, een boottocht en wat ritten per auto zullen mij op plaats van bestemming in het noordwesten van Tanzania moeten brengen. Ik hoop daar morgenmiddag te arriveren, en dinsdag starten met wat ik het liefste doe: mijn witte jas weer aantrekken en voor het eerst de deuren van de nieuwe NICU openen. Ik tel de minuten af.

 

1,721 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Hoog vanuit de lucht zie ik spiegels op de akkers en velden. Waterspiegels. Het regenseizoen in Tanzania is in volle gang. Daar waar de oogst vorig jaar grotendeels verloren ging ten gevolge van uitblijvende regen, lijkt er momenteel sprake van overmatige regen. Dit is niet goed voor het verbouwen van de gewassen. Een paar duizend meter lager, zie ik ook de gevolgen van de waterstromen op de weg. De dirt road van Kamanga naar Sengerema lijkt wel in tweeën gespleten met een ware rivier er tussendoor. Tevens lijkt het initiële wegdek op sommige plaatsen zelfs verplaatst door de ontstane modderstromen. Overdag lijkt er echter geen vuiltje aan de lucht. De feloranje zon brandt hoog aan de hemel, de lucht is overwegend blauw en voorzichtige zweetkristalletjes vormen zich op m’n bovenlip en voorhoofd. Harder dan 20 kilometer per uur kunnen we niet rijden. Na 2,5 uur bereiken we Sengerema. Golven van geluk vullen iedere cel in mijn lichaam. Karibu tena, ik ben terug in mijn tweede thuis.

Ik werp vlot de 48 (!) kilo aan bagage het huis in, en haast me naar het ziekenhuis. Door de regenval is Sengerema prachtig groen en de kleine afstand van het huis naar het ziekenhuis is dan ook echt adembenemend mooi. We zitten hier flink beschut, omringt met mais, vruchtenbomen en veel planten. Eenmaal in het ziekenhuis, voelt het alsof ik nooit weg ben geweest. De NICU voelt fijn en vertrouwd. Voor het eerst, ligt het niet bomvol bij binnenkomst, maar is het overzichtelijk. Dit wordt geweten aan het regenseizoen, waardoor het ziekenhuis minder goed bereikbaar is door de slechte wegen. In de loop van de week merk ik daar overigens niks meer van, en stroomt het net zo goed weer vol. Bij binnenkomst komt er een moeder met haar kleine krullebol binnen. Hij heeft een geïnfecteerd open ruggetje. Tijden het lichamelijk onderzoek constateer ik tevens twaalf vingertjes. Iets wat veel voorkomt hier! Er liggen verder voornamelijk jonge prematuren opgenomen. Dit is complexe zorg in een land met weinig middelen. Een soort survival of the fittest. Dat dit mooie volk sterk is, verwondert en verbaast mij keer op keer. Zo werden er afgelopen week twee pasgeborenen binnengebracht met een aangeboren afwijking waarbij alle organen buiten de buik lagen. Bij binnenkomst waren bij beide kinderen de darmen al zwart, als teken van afsterven. Helaas een onomkeerbaar probleem. Allebei deze kleintjes hebben het echter nog minimaal 24 uur volgehouden! Een bijzonder feit, aangezien we deze kinderen in Nederland veelal beademen en veel medicijnen moeten geven.

Dit land kan me ook nog steeds blijven overvallen. In alle bezoeken leer je de cultuur steeds beter kennen, maar blijft het een compleet andere cultuur. We proberen van elkaar te leren, door met elkaar in gesprek te gaan. Persoonlijk vind ik het moeilijkste nog steeds de cultuurverschillen rondom overlijden van een kind. Mijn hart breekt letterlijk als er een kindje alleen sterft. Ook deze week was dit een aantal keer het geval. De verpleegkundigen snappen mijn visie ook, en vinden het niet gek als ik het kindje op schoot neem, totdat het z’n laatste adem heeft uitgeblazen. Vervolgens ‘verpak’ ik het kindje passende bij de cultuur, en zo komen we elkaar tegemoet. Dit vinden we niet gek van elkaar, zo leren we ook van elkaar. Iets anders wat soms voor mij schrijnend voelt, is de bevallende vrouwen. Ze liggen naast elkaar, met slechts een dun gordijn ertussen. Bevallen doe je in Tanzania alleen, en je wordt geholpen als het kind zich werkelijk aandient. De meeste vrouwen zijn erg jong, vaak bang. Gisteren lag er een jonge vrouw te bevallen die erg in paniek raakte. Door grote drukte- maar tevens het cultuurverschil, wordt daar niet altijd op gereageerd. Ik heb geprobeerd een ander voorbeeld te geven, door naast haar te gaan zitten en haar hand vast te houden tijdens de zware weeen. Tussendoor fluisterde ik tegen haar dat het wel goed kwam. De paniek verdween. Ze baarde een blakende baby en maakt het goed.

Afgelopen week heb ik samen met tropenarts Rian een trainingsprogramma gegeven. De eerste helft van de week stond geheel in het teken van NICU training. De NICU is nu ruim 4 jaar open, en de basiszorg met de aanwezige middelen verloopt goed. Tijd voor aanvullende training. Zo zijn we begonnen met implementatie van de ABCDE-methodiek. Trots als een pauw mocht ik waarnemen dat de methode een dag later al werd toegepast, en de verpleegkundige er snel een lage bloedsuiker uitpikte. De tweede helft stond in het teken van verloskunde trainingen. Rian heeft het stuk voor de geboorte gedaan, ik het stuk na de geboorte. Een leuke, afwisselende training. Aan het einde vroeg de verpleegkundige alleen: “wanneer in de reanimatie moet ik de baby wegen?”. Dus of het allemaal helemaal goed is aangekomen..?

 

2,508 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Op 21 december 2019 is bestuurslid Milou van Ingen geïnterviewd door NPO Radio 5 voor het programma ‘Zin in weekend’. De komende weken staat hier het Nederlands Albert Schweitzer Fonds centraal in aanloop naar de Albert Schweitzer Prijs 2020. Dankzij dit prachtige fonds hebben we vanuit Stichting Vrienden Sengerema Hospital letterlijk een stap in de toekomst kunnen zetten, met het openen van onze ontwikkelingspolikliniek. Zo kunnen we wekelijks de kinderen vervolgen die ziek op de NICU hebben gelegen. Luister hieronder naar het fragment.

Ben jij ook een gezondheidspionier en heb je een goed idee voor een gezonder Afrika? Doe dan mee, en maak kans op de Albert Schweitzer Prijs 2020! Aanmelden kan via www.nasf.nl.

 

800 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

In juli 2019 is bestuurslid Milou van Ingen geïnterviewd door BNNVARA voor de rubriek ‘#MijnEindeWereld’ van het televisieprogramma ‘Floortje naar het einde van de wereld’. Op 19-7-2019 werd het stuk gepubliceerd, zie hier: Artikel BNN Vara

1,082 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Het is alsof ik live in een uitzending van National Geographic zit. Prachtige Afrikaanse landschappen, het ene nog mooier dan het andere, soms verborgen achter een bed van wolken. Hoge bergen afgewisseld met eindeloze vlaktes. Groene gewassen maar ook dorre grond. Rivieren. Wilde rivieren. Ik vlieg boven het enorm getroffen Mozambique. Vanuit de lucht ziet het er zo vredig uit. Een strakblauwe lucht met een krachtige, oranje zon. In contrast met het gegeven dat in dit land reeds honderden mensen zijn overleden aan de gevolgen van een verwoestende natuurramp. Hulpeloze kinderen, vervuild water, cholera, honger. Verscheurde gezinnen, vele nieuwe weeskinderen. Schrijnend! Hoog in de lucht denk ik aan hen. Ik merk enige irritatie omtrent de brand in de iconische Notre Dame. De hele wereld is van slag en in paniek. Alle voorpagina’s staan vol en live-blog’s vormen een avondvullend programma. Binnen 24 uur zijn er miljoenen opgehaald voor de wederopbouw. De ramp in Mozambique en tevens getroffen Malawi zijn her en der op een achterklap terug te vinden. Hulp komt slechts langzaam op gang. Deze gedachte steekt. In het ziekenhuis in Malawi waar Marjolijn werkt, zien zij ook de grote gevolgen van deze zeer omvangrijke ramp. Vanuit mijn zeer gammele propellervliegtuig (!) onderweg naar Zuid-Afrika gedenk ik hen, terwijl ik ook geniet van de oogstrelende landschappen die mijn netvlies binnendringen. Mijn gedachten gaan tevens uit naar de afgelopen drie intensieve en bijzondere weken. Zo kort, en toch ook weer zo lang waarbij het vieren van nieuw leven en het delen van rouw centraal stonden.

Tanzania

Hoog gegil, een afwijkende blik en zeer stijve houding.  Een mooi baby’tje van een week of twee wordt door oma aan het NICU-personeel overhandigd. Argwanend rondom dit zeer afwijkende gedrag inspecteer ik eerst grondig de tong van de baby. Zwart. Lokale medicijnen zijn na de geboorte van deze baby gebruikt. Dezelfde ‘helende kruiden’ die de baby nu zo kritiek ziek maken. Een lokaal geloof met desastreuze gevolgen. Cultuurverschil ten top! Helaas geen ongebruikelijke reden tot opname. Ondertussen rent (wat al behoorlijk ongebruikelijk is in Afrika) een student de NICU op. Op dit moment wordt een extreem premature tweeling geboren en hulp is gewenst. Daarnaast komt via de spoedeisende hulp nog een moeder met grauw kindje de NICU op gelopen en stopt een ander kleintje met ademen. Inmiddels hebben zich ook reeds negen moeders zich gemeld voor de ontwikkelingspolikliniek. Dit allemaal binnen 30 minuten. Ik zie, aanschouw en spring bij. Dr. Caroline richt zich op de baby die vergiftigd is door lokale medicijnen. Verpleegkundige Edward start behendig met beademen van de blauwe baby met ademstilstand. Verpleegkundige Salome ontfermd zich over de jonge moeder die met haar grauwe kind de NICU op komt- en ik haast me richting de extreem premature tweeling op de verloskamers. Bij binnenkomst zijn de intens kleine mensjes al geboren en alleskunner Paulo staat klaar met een grote zuurstoftank voor transport. Behendig plaatsen we twee kleine gele infuusjes in de kindjes die minder dan 500 gram wegen. Kleine kans op overleving, maar voor comfort en warmtemanagement nemen we ze mee naar de NICU.

Dagelijkse capriolen die mijn Tanzaniaanse collega’s op hun bord krijgen. Een greep uit slechts een ochtend op de NICU. Zij leveren een mooi basisniveau zorg, wat aansluit bij de huidig beschikbare middelen en omvang van de NICU. De zorgvraag groeit echter in enorm vlot tempo, dus hierop moeten we anticiperen! Om ideeën op te doen, te leren van protocollen elders en uitzoeken of er eventueel uitwisseling van verpleegkundigen mogelijk is, breng ik een bezoek aan buurland Malawi, in het ziekenhuis waar ze het hoogste niveau neonatale zorg bieden.

Malawi

Vriendin- en collega Marjolijn Quaak is net zo’n fervent Afrika liefhebber als ik. Al tweemaal eerder zijn we samen in het Tanzaniaanse Sengerema geweest voor werkzaamheden in het ziekenhuis. Momenteel is Marjolijn voor vijf maanden in Malawi, om haar opleiding tot kinderarts af te ronden. Ze is werkzaam in Malawi’s beste ziekenhuis, Queen Elizabeth Central Hospital. Een immens ziekenhuis met alleen al 300 opnameplekken voor de kindergeneeskunde. Een ziekenhuis met mogelijkheden.

De uitgelezen kans om naar buurland Malawi te vliegen voor een bezoek. Echter: wel van Noord-Tanzania naar Zuid-Malawi. Een reis van uiteindelijk 15 uur. De stoffen hobbelweg, uurtje genieten van het prachtige uitzicht over Lake Victoria op de boot en een paar vluchten verder arriveer ik in Blantyre. Daar staat Marjolijn te wachten met haar RAV en gaan we het weekend eerst op ‘roadtrip’ om iets van het prachtige Malawi te zien. Een compleet andere uitstraling dan mijn vertrouwde Tanzania. Omringt door prachtige bergen en verre uitzichten reizen we in noordelijke richting naar het Zomba Plateau. Daar slapen we hoog op het plateau in een knus huis zonder stroom maar met gezellige openhaard. We mogen een magische zonsondergang aanschouwen waarover het uitgestrekte berglandschap prominent zichtbaar is. De dag daarna maken we een mooie hike door het berglandschap van het plateau. Vanaf de top zien we Mount Mulanje stralen en kijken we naar buurland Mozambique.

Op maandag weer een vroege wekker, another day at work. Ik voel me enorm bevoorrecht mee te mogen draaien in het ziekenhuis voor twee dagen. Ik realiseer me nogmaals hoe enorm bijzonder het is om zo dichtbij de bevolking te staan, intieme momenten zoals een bevalling mee te maken en te begeleiden bij overlijden. Ik draai op de eerste dag mee op Chatinka, de NICU in Malawi. Een mooie, grote unit met plek voor maar liefst 50 baby’s! Een fijne plek waar ik direct in mijn element ben. Er liggen veel kritiek zieke kinderen, dus samen met de collega’s daar zijn we vooral bezig met levensreddende handelingen. De dag daarna sta ik ’s morgens op de afdeling van Marjolijn, een afdeling vol ernstig zieke grotere kinderen. Onder de indruk van wat ik die ochtend heb gezien, sluit ik ’s middags aan op A&E (Accidents and Emergency’s). Mijn eerste emergency betreft direct een premature baby van 1,7 kilogram die in nood is. Echt iets voor mij!

Zuid-Afrika 

Momenteel ben ik onderweg naar het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. Hier mag ik nog een dag verblijven voor ik mijn reis naar huis voortzet. Heel cliché, maar: home is where the heart is. Mijn ‘hartje’ staat me morgen fijn op te wachten op Schiphol, en mijn volgende bezoek aan Sengerema wordt sowieso weer samen!

Jonge prematuur op de NICU

Met Laura, die haar wetenschappelijke stage op de ontwikkelingspolikliniek van de NICU heeft gedaan.

Met Micky, Sandy, Nicole, Laura, Charlotte, Sophie, Rick, mama Martha en mama Elisabeth

Met Marjolijn in Malawi!

1,824 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

1,147 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

1,147 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

De afgelopen drie weken hebben in het Tanzaniaanse Sengerema in het teken gestaan van ‘Project NICU’. Het waren intensieve, leerzame en bovenal mooie weken. We hebben krachtige, kleine strijders bij mogen staan in hun proces op overleven, kennis en kunde uitgebreid bij lokale verpleegkundigen en mogen proeven van het echte Afrikaanse leven. Als kers op de taart zien we in een jaar tijd een voorlopige daling van babysterfte van 40%! Dit is de kracht van Project NICU. Ook afscheid stond centraal tijdens dit bezoek. Afscheid van het boegbeeld van Project NICU: een echte survivor, Milo Noah.

Donderdag 3 december 2015. De dag waarvan iedere seconde nog in mijn geheugen gegrift staat. Het begint te schemeren als vijf ‘barmhartige samaritanen’ jou in mijn armen leggen.Twijfelachtig open ik de gekleurde Afrikaanse doeken. Daar lig je dan. Milo Noah. Je donkere kijkers raken me recht in mijn hart. Je bent klein. Rood. Nat. Vies. In leven! Je bent gevonden tussen medisch afval op twee uur loopafstand van Sengerema.Te vroeg kwam jij ter wereld, net op tijd werd je gered. 

Wat moet jouw biologische moeder het ontzettend zwaar hebben gehad. Wat een tranen moet het hebben gekost om geen leven met jou te kunnen delen. Aan je verse navelstreng te zien, was je slechts enkele uren oud. Er zit een witte navelklem omheen, dus je bent in een lokaal ziekenhuis geboren. Net op tijd ben je op de NICU. Ik neem je mee naar het operatiecomplex, waar ik water op een vuurtje opwarm en je begin te baden. Je temperatuur moet stijgen! Verlossen van het vuil aan je tedere lijfje. Je krijgt een geel infuus in je rechter, droge handje. Antibiotica en suikerwater! Ik heb immers geen idee of je ooit al een beetje melk hebt kunnen drinken. De chaos in mijn hoofd begint. Baby’s in Afrika overleven immers op moedermelk. Import van kunstvoeding verloopt de afgelopen weken rampzalig. Het regent, de wegen vervagen en dit luxeproduct wordt niet aangevuld. Uiteindelijk wordt het verse koeienmelk, aangelengd met schoon water en suiker.

Afrikaanse glimlach

Er verschijnt een brede glimlach op de vriendelijke gezichten van het lokale ziekenhuispersoneel als ze ons weer samen door het ziekenhuis zien struinen. Ze noemen je ‘mtoto Milou’,de baby van Milou. Op dag drie wordt geëist dat ik je een naam geef, want ik moet je registeren. Vanuit Nederland wordt ‘Milo’ geopperd. Zo blijven we voor altijd verbonden. Symbolisch. Milou kubwa en Milo mdogo (respectievelijk: grote Milou en kleine Milo). Je gaat overal mee naartoe. Overal waar ik verschijn, roepen patiënten ‘honger daktari’. Ik word officieel gefeliciteerd met jouw komst. En terecht: jij mag er zijn. Je bent meer dan welkom op deze mooie wereld. Je wordt het boegbeeld van ‘Project NICU’ in Sengerema. Iedereen kent je bij naam. Je bent geliefd. Jij bent de reden waarom deze nieuwe afdeling nodig is. Jij leeft en bent nu gezond. Jij bent Milo Noah.

Weeshuis

In januari moet ik met pijn in mijn hart afscheid van je nemen. Ik voel me met jou verbonden, een navelstreng. Diep gewortelde liefde. De maanden die volgen word je meer dan liefdevol verzorgd door mama Iris van Wanrooy, dokter op de afdeling neonatologie. Als ook zij weer voet op Hollandse bodem zet, vliegen we vrijwel direct samen terug. Naar jou. We gaan gesprekken aan met een jurist en maatschappelijk werk om te kijken welke mogelijkheden er omtrent adoptie zijn. Geen. Met veel pijn in ons hart en lood in onze schoenen besluiten we dat een weeshuis de meest geschikte optie is. Je komt fantastisch goed terecht: Forever Angels in Mwanza. Geregeld vliegen we naar Tanzania, om je te komen bezoeken in het weeshuis. Bezoeken. Kippenvel ontstaat spontaan op mijn armen bij deze term. We ‘mogen’ slechts een uur per week bij je terecht, op zondagmiddag. Al onze rechten zijn, terecht, verdwenen. Dit is hard en moeilijk. Je reactie blijft, keer op keer, onbeschrijfelijk dierbaar. Je, inmiddels mollige, armpjes gaan in sneltreinvaart de lucht in. Je noemt ons, na 1,5 jaar, nog steeds ‘mama’. Verzorgsters moeten je van ons aftrekken als we gaan. Pijnlijk, maar ook mooi.

Adoptie

Een week voor je tweede verjaardag word je geadopteerd. Je krijgt een grote broer van 6 en een liefdevolle, Tanzaniaanse mama met wie je in Dar es Salaam gaat wonen. Op 24 uur na kan ik je niet meer in mijn armen sluiten. Kunnen we geen echt afscheid nemen. Gaan wij voor altijd uit elkaar. Gaat de navelstreng door. Ga jij nooit weten wie ik ben. Ben jij wel een belangrijk persoon in mijn leven. Met je zwarte kroeskrullen. Met je lange, donkere vingertjes. Met je guitige koppie. Met je donkere kijkers. Met je lieve stemmetje. Met je enorme persoonlijkheid. Voor mij ben je een begrip. Een identiteit. Je hebt een grote plek in mijn hart ingenomen. Jij mag mij misschien nooit kennen, vergeten doe ik jou nooit! Nakupenda sana, ik hou een heleboel van jou.

1,120 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag